woensdag, mei 14, 2014

Hart

Voor de operatie moest ik naar de anesthesist, voor een pre-operatieve controle. Medicatie doornemen, van alles controleren, uitleg over de narcose.
Twee maanden daarvoor was ik gecontroleerd door de internist, die geen afwijkingen vond behalve een blaasontsteking.De anesthesist was tevreden over mijn bloeddruk, maar meldde dat hij een hartruis hoorde. Niks bijzonders, zeker geen hindernis voor de operatie, geen probleem. Normaal gesproken zou ik gevraagd hebben wat ie precies hoorde, en wat dat betekende. Maar ik was al zo gespannen, en ik liet het maar.
Eenmaal weer thuis ging de telefoon: de anesthesist. Hij had even overlegd, en het leek toch raadzaam als ik naar de cardioloog ging. Nee, dat had geen invloed op de operatie, maar gewoon ter controle.
Ik maakte een afspraak voor een ECG. De dame die dat afnam, vroeg waarvoor die controle was, en ik legde uit dat ik geopereerd moest worden. Toen ze vroeg wat voor operatie, dacht ik: 'Hm, dat ga jij niet begrijpen, jij bent zo slank...', maar toen ik het vertelde, pakte ze haar telefoon, bladerde naar wat foto's en liet ze zien. Een behoorlijk stevige dame - zijzelf, voor haar eigen maagverkleining. Zo word je eens met je neus op je eigen vooroordelen gedrukt. Maar het was wel een opsteker :-)
Een tijdje na de operatie kreeg ik een hartecho. Wonderbaarlijk als je dan je hart kunt bekijken, en kunt horen. Ik meende iets te zien dat volgens mij niet klopte, maar hé, ik weet niet hoe ik zo'n echo moet beoordelen, en ik wist wel beter dan het aan de echodame te vragen - die mag het niet beoordelen en zeker geen uitspraken doen.
Wachten op het telefoontje van de cardioloog dus.
De ruis die ik heb, is een zogenaamde systolische ruis. Als je een hart beluistert, hoor je als het goed is: tik - stilte - tik - stilte. De eerste tik is het sluiten van de kleppen tussen boezems en kamers (mitralis- en tricuspidaalklep), de tweede tik is het sluiten van de kleppen bovenin het hart (de aorta- en de pulmonaalklep). Daartussen hoort stilte te zijn. Bij mij is het bonk - ruis - bonk - stilte.
Een systolische ruis komt vaak voor en kan allerlei oorzaken hebben. Zo kan hij optreden bij flinke spanning: het hart moet dan meer bloed wegpompen dan anders, de bloeddruk is hoger door de stress, en je hoort een soort 'inspanningsruis'. Geen enkel probleem, zodra iemand meer ontspannen is, is de ruis weg.
Er is een heel rijtje andere mogelijke oorzaken, variërend van totaal nietszeggend en ongevaarlijk, tot levensbedreigend. De gevaarlijkste oorzaak van een ruis is een probleem met de aortaklep. Die klep zit tussen de linkerkamer van het hart en de aorta, hij opent zich gedurende de systole om bloed door te laten naar de aorta, en hij sluit als de kleppen onderin het hart opengaan, waarbij hij voorkomt dat er bloed uit de aorta teruglekt naar de linkerkamer.
Hieronder zie je de werkende aortaklep van een varken, in een zoutoplossing (geleend van Wikipedia).

Je ziet dat de klep drie 'slippen' heeft, die netjes open en sluiten. Dat gaat automatisch: als de druk van het bloed toeneemt (omdat de kamer zich samentrekt), openen de slippen zich; als de druk wegvalt omdat de kamer grotendeels leeg is, vallen ze vanzelf weer dicht.

Ik blijk een verkalkte aortaklep te hebben, die tweeslippig is. Wat oorzaak is en wat gevolg, is onduidelijk. Het zou kunnen dat ik ben geboren met een tweeslippige klep, waardoor de doorstroming niet helemaal perfect is en zich kalk is gaan afzetten op de klep.
Het kan ook zijn dat door een andere oorzaak de klep is gaan verkalken en daardoor twee slippen zijn vergroeid tot één. In elk geval sluit de klep niet helemaal goed meer, wat tot lekkage leidt (en een verklaring _zou_ kunnen zijn voor mijn tromboses en de TIA's - maar dan is het  vreemd dat die ruis nooit eerder is opgemerkt). Ook opent ie niet helemaal goed meer, waardoor de doorstroming van het bloed niet perfect is.
Heel dramatisch is het allemaal (nog) niet. Maar er zijn veel vragen: is die tweevoudige klep aangeboren? Waarom is dat dan nooit eerder opgevallen? Is het een vergroeiing door verkalking? Zou kunnen, dat komt veel voor, maar de vragen die dat oproept zijn: waarom is dat gebeurd? Als ik in de zeventig was, zou het niet zo gek zijn, maar ik ben 46. En: als dit pas later is ontstaan, wanneer dan? Met andere woorden: hoe _snel_ is het gebeurd? En wat zegt dat over de toekomst?
Het is niet gerelateerd aan overgewicht. Het is vermoedelijk wel de verklaring voor de zeer lichte hartritmestoornis die ik heb. Ook daarvoor geldt: pas sinds een jaar of twee. Overige klachten heb ik niet. Die zouden wel kunnen komen: flauwtes en/of pijn op de borst, vooral bij inspanning; duizeligheid; ernstige vermoeidheid.
Zodra ik daar last van krijg, moet ik me gelijk melden voor controle, omdat dat duidt op hartfalen - als de doorstroming steeds moeilijker wordt, moet de linkerkamer steeds meer kracht zetten. De wand verdikt, waardoor er minder ruimte is voor bloed, waardoor er meer en vaker gepompt moet worden om de zuurstofvoorziening op peil te houden, waardoor de klep zwaarder belast wordt, en zo verder. Zo niet, dan moet ik (voorlopig) elke twee jaar een nieuwe echo laten maken. Het kan zijn dat het zo blijft, dan is er niets aan de hand. Het kan zijn dat het langzaam erger wordt met het stijgen van de leeftijd. Dat hoeft ook nog geen problemen te geven, tenzij de hartritmestoornis erger wordt. Het kan flink verergeren, op korte of lange termijn, en de uiterste oplossing is een nieuwe hartklep - dat lost het probleem direct op. Maar een hartoperatie is niet echt zonder risico, dus ik hoop maar dat het hierbij blijft.
In elk geval is gewichtsverlies al winst, want dan wordt het hart minder zwaar belast. Stollingsremmers slik ik al, en daar moet ik vooral mee doorgaan.
Zo zit je een half jaar in de zenuwen voor een maagverkleining, en uiteindelijk beland je bij de cardioloog. Maar goed, het probleem bestaat, en dan kun je het maar beter weten. Ook al heeft het nu geen consequenties en hoef ik er verder geen rekening mee te houden.

Afvallen

Maar weer eens een update.
Mijn weegschaal gaf vanochtend 160,1 aan, uit ervaring weet ik inmiddels dat hij 2,2 kilo meer aangeeft dan de geijkte weegschaal in het ziekenhuis (157,9 zou dat zijn).
Vergeleken met vorig jaar mei ben ik 37 kilo kwijt.
Het gekke is: ik merk het aan alles en iedereen ziet het, behalve ik.
De eerste twee maanden verloor ik 4 cm heupomvang per maand, de laatste maand 2. Ik pas broeken die 4 maten kleiner zijn, blouses die 5 maten kleiner zijn (en eigenlijk al wat erg ruim vallen). Opvallend genoeg kan ik ook schoenen aan die een maat kleiner zijn, wat waarschijnlijk vooral te maken heeft met vocht in m'n voeten dat nu weg is.
Mensen melden opvallend vaak exact hetzelfde: 'Je gezicht ziet er zoveel frisser uit', en dat zal wel als compliment bedoeld zijn ;p Ik merk dat er veel meer ruimte is tussen de randen van mijn gezicht en de brillenpootjes, maar nogmaals: ik _zie_ geen verschil. Ik zie mezelf natuurlijk te vaak, en ik weet dat mensen in hun hoofd dik blijven ook al hebben ze inmiddels een volstrekt normaal figuur.
Ik loop wat makkelijker, hoewel dat na een tijdje echt nog moeite kost, en dat 'tijdje' moet je nog steeds zien als een paar honderd meter. Maar voorheen liep ik naar de bushalte, 100 meter verderop, en moest ik soms halverwege even pauzeren en zodra ik er was, plofte ik op het bankje. Nu betrap ik me erop dat ik blijf staan wachten en alleen ga zitten als ik moe ben.
Eten en drinken gaat makkelijker, ik ben gewend aan eten van een ontbijtbordje met kinderbestek, ik ben gewend aan het ritme. Rundvlees valt nog steeds erg zwaar, kip en vis gaat makkelijker en dat eet ik dus veel vaker. Soms is er een dag dat het allemaal niet vlot gaat, dan merk ik bij het ontbijt al dat de standaardboterham met kaas teveel is. Tijger ontfermt zich dan over een halve plak kaas, de vogels krijgen de halve boterham die over is, en ik schakel een dagje over op beschuit, yoghurt, kwark en 's avonds een klein beetje lichtverteerbaar eten. De volgende dag is er dan niets meer aan de hand.
Een andere rare gewaarwording is dat water, gewoon kraanwater, als lood in m'n maag aankomt. Ik voel het naar beneden zakken, en zodra het in m'n maag is, voel ik me overvol, moet ik heftig boeren en kan er niets meer bij. Ik hoor het van veel mensen met een maagverkleining, en ik gebruik dan ook het standaardtrucje: gooi een klein beetje suikervrije limonadesiroop in het water en het gaat wel. Niemand die weet waarom, maar dan levert drinken geen problemen op. Het water moet niet te koud zijn, anders voel ik m'n maag direct verkrampen.
Laatst heb ik ijs gegeten - dat ging best, als ik het maar in m'n mond liet smelten. Waar ik eerst rustig een grote beker Ben & Jerry's leeglepelde (waarbij het na een tijdje niet eens meer lekker was, maar wel op 'moest'), kocht ik nu een klein bekertje choco-noten-ijs, schepte twee lepels op een bordje, deed er een schep kersen uit de vriezer bij en ik genoot. En ach, roomijs is zuivel, die kersen zijn fruit, noten zijn goed voor me, dus het was best gezond ;-) En na dat bordje zat ik ook echt vol.
Inmiddels doe ik een keer per week aquarobics, in een groepje speciaal voor dikke mensen. Dat gaat me goed af, en het voelde als een overwinning om na 31 jaar weer naar het zwembad te gaan.
Een normaal gewicht zou in mijn geval rond de 80 kilo zijn, maar de kans dat ik dat ooit zal wegen is niet groot. Dan moet ik nog 80 kilo afvallen. Maar alles dat eraf gaat is goed.
Volgens het appje 'Monitor je gewicht', dat keurig een lijntje in tijd en gewicht tekent met gepland gewichtsverlies, plus een veel steiler lijntje met werkelijk verlies :), ben ik in 5,57% van de geplande tijd 23,28% van mijn overgewicht kwijt. Dat is al een vijfde, vanaf mijn gewicht in februari. Volgens de app zou ik mijn streefgewicht bereiken op 23 maart 2018; als ik zo doorga als nu komt de doorgetrokken lijn van de grafiek uit bij 3 juli 2015. Dat is vertekend natuurlijk, omdat je de eerste twee maanden heel hard gewicht verliest en het daarna langzamer gaat, maar toch. Mijn BMI is gezakt van 57,8 vorig jaar naar 47,3 nu. Nog steeds veel te hoog natuurlijk, maar ik ben onderweg.

maandag, maart 17, 2014

Kleding

Shock 1... Kennis, een paar maanden geleden een sleeve gehad, besloot haar te grote kleding, maat 54 en maat 54/56 aan mij te doneren. Dat zouden twee dozen zijn, blouses en broeken. Nou, graag! Broeken zouden misschien ooit eens passen, want ik had 64/66 als broekmaat en heb me al heel lang geleden bekeerd tot joggingbroeken met een touwtje, knoopje in het uiterste stukje en dat ging goed. Voor de operatie was ik al 15 kilo afgevallen, erna ruim 10 kilo. Dus waarschijnlijk zou de boel nog niet passen, maar dan had ik maar vast wat redeneerde kennis.
Komen ze net, met VIJF dozen! Ik demonstreerde m'n joggingbroek en hé... Ik kon dat touwtje ineens wel erg ver aantrekken, dat was me nog niet opgevallen. Zittend bijna 40 cm, oké, m'n taille is duidelijk smaller dan m'n heupen dus dat vertekent, maar toch... zo ver kon het eerst niet.
Ze hadden nog een prachtig boeket meegenomen ook *shock 2*
Kennis weer op pad, en ik duik in de dozen. De broeken laat ik nog maar even, die passen echt niet. Maar al die prachtige blouses, shirts, jasjes, vrijwel gloednieuw, maat 54 en maat 54/56: ze passen!!  Shock 3! Hoe kan dat nou? Vorig jaar kocht ik nog shirts (van dezelfde winkel) in maat 62/64... En jasjes maat 60 pasten nog niet.
Even bijkomen... Van de enorme gift en van de ontdekking dat ik kennelijk al veel meer in omvang aan het afnemen ben dan ik zelf doorhad.

zondag, maart 16, 2014

Rondje rond het blok

Prunus in de wind
Speenkruid langs het pad
Het speelveld staat op een plek vol met maarts viooltje (Viola odorata)
De kronkelwilg loopt al groen aan
Witte Japanse kers
Roze Japanse kers
Narcis in m'n tuin
De pioenroos groeit flink
De aucuba zit vol rode bessen, nooit zoveel bessen gezien!

donderdag, maart 13, 2014

Drie weken na de operatie

Het voelt als langer geleden dan drie weken. Inmiddels ben ik aardig bijgetrokken, gewoon de hele dag op, en ik eet weer vast: als ontbijt en lunch driekwart boterham met smeersel en beleg (1 keer kaas, 1 keer vlees). 's Avonds een klein beetje groente, wat krieltjes en een klein stukje vlees/kip/vis (vlees ongeveer 40 gram, vis iets meer). En daar tussendoor twee keer fruit, een keer yoghurt, plus anderhalve liter drinken waarvan een deel yoghurtdrank zonder suiker.
Wegens het 'een kwartier voor het eten en een half uur na het eten niet drinken' ben je soms vooral op de klok aan het kijken. Het niet drinken bij of direct na het eten mis ik echt - ontbijt met een bak koffie of thee, een glas water bij het avondeten...
Afgelopen zaterdag ging er duidelijk iets mis: ik was naar de winkels gefietst, wat geen enkel probleem is. Maar het was warm, ik moest in beide winkels lang staan wachten, en op de terugweg heb ik nog lang met iemand staan praten. Tijdens dat gesprek werd ik 'zwabberig', dus ik heb het gesprek beëindigd en ben weer op de fiets geklommen. Pakweg 150 meter verder ging het mis: het werd zwart voor mijn ogen en ik voelde me of ik elk moment van m'n stokje kon gaan. Geen goed idee als je op een hoger gelegen weggetje langs een sloot fietst. Afstappen dus, maar lopen was ook nauwelijks te doen.
Ik wankelde naar zo'n plastic paaltje en ging daar op zitten, hangend over m'n fiets, energie verzamelend om uit m'n tas een Sultana te halen. Dat was er bij ons ingehamerd: altijd iets te eten en te drinken bij je hebben.
Een man vroeg of het wel goed ging, ik piepte NEE en hij bleef bij me, in de veronderstelling dat ik suiker had. Ik kwam niet verder dan zeggen: 'Ik ben geopereerd', maar waarom ik zo slap was kon ik niet goed duidelijk maken. Ik nam wat hapjes Sultana en bedacht dat dat allemaal veel te lang zou duren. Inmiddels was er ook een vrouw langsgekomen die de bewaking overnam, want de man moest dringend weg.
Ik besloot ook wat water te drinken en langzaam, heel langzaam knapte ik op.
Uiteindelijk kwam de wereld weer helemaal in beeld, tolde mijn hoofd wat minder en durfde ik weer op de fiets te stappen.
Naar huis, in m'n stoel ploffen, verder bijkomen.
Voortaan neem ik van die zakjes knijpfruit mee, appel-perenmoes met wat sap, zonder toegevoegde suikers. Maar het bevat genoeg fruitsuikers en vocht om in nood razendsnel bij te trekken. Los van dat ik dit soort geintjes uiteraard probeer te voorkomen.
Ik ben inmiddels één kilo (1) verder afgevallen. Maar ja, sommigen vallen de eerste maand 20 kilo af, sommigen 10, en ik was de eerste 10 dagen al 10 kilo kwijt.
Met dit mooie weer zit ik regelmatig buiten, rommel dan wat in de tuin (denk aan: twee takken van de vlinderstruik zagen, zitten, vogelvoer bijvullen, zitten, dorre stengels uit planten halen, zitten - u krijgt een idee).
Ook alweer een keer in de bus gezeten omdat ik nog huiverig was om te fietsen. Rijden over verkeersdrempels en vooral die noodstop: dat voelde ik behoorlijk.
Rondjes rond het blok lopen gaat prima.
De meeste wonden zijn mooi genezen, alleen de wond die was gaan bloeden ziet er niet zo mooi uit: de andere plekken zijn dunne streepjes, dit ziet eruit alsof het een lelijke openstaande vleeswond is geweest. Ook steekt er nog een stukje (inwendige) hechtdraad uit. Zal ik tzt wel laten zien bij de controle bij de chirurg (volgende maand pas). Ik trek er liever niet zelf aan ;-)
De paarse plekken worden steeds kleiner, de randen zijn aan het vergelen, dus dat gaat ook goed.

Boven het wondje iets linksboven m'n navel (met nog wat blauwe plekken), het is ongeveer 2,5 cm lang. Zo zitten er drie op een rij, plus nog een kleinere er linksboven, een wondje van een paar millimeter onder mijn linkerborst en een wondje van een centimeter net links van mijn borstbeen (van bovenaf gezien).
De onderste foto is van de wond die open was gegaan, die ziet er duidelijk iets minder mooi uit. Je ziet ook de striae die ik kreeg toen ik heel snel heel veel dikker werd. En je ziet dat de huid al heel licht rimpelt omdat m'n buik niet zo strak meer staat ;-)
Hoe dan ook zijn het minieme plekken als je bedenkt dat daardoor mijn maag met tweederde is verkleind en dat afgeknipte stuk naar buiten is gehaald. Die laparoscopische techniek is echt een wonder.

maandag, februari 24, 2014

Operatie en daarna

Zondagmiddag thuisgekomen, dagje later dan gepland.
Operatie stond gepland voor 13.30 maar om 12 uur kwam het bericht dat ik verwacht werd. Op naar de voorbereiding, operatiejak aan, zetpil paracetamol en wachten maar.
Voor mijn gevoel na een half uur richting OK, met een anesthesist die mijn hand zowat brak met zijn stevige handdruk ;p Naald in m'n hand, gesprekje met chirurg, nog wat controles en me daarna druk liggen maken over die drie mensen rond m'n bed die zeurden dat ik m'n ogen open moest doen en houden. Vrij snel weer naar de kamer, waar een lieve vriendin op me wachtte.
Ik was moe moe moe, herinner me nog wel dat de chirurg 's avonds even geweest is om te melden dat het een sleeve geworden was, overeenkomstig de afspraak: een GBP als het zou kunnen, een sleeve als dat geen optie was.
De pijn viel me erg mee, er hing wel een paracetamolinfuus en later slikte ik 2x 2x500 paracetamol, maar ik voelde geen verschil toen het infuus eruit ging of toen ik stopte met paracetamol slikken.
Ik mocht op m'n zij liggen, en omdat ik altijd op m'n linkerzij draai tot ik bijna slaap, deed ik dat nu ook.
Toen een pleeg kwam kijken werd er alarm geslagen: een van de wonden was gaan bloeden, en goed ook. Het halve bed was doorweekt, dat werd verschoond terwijl ik braaf een handdoek tegen de wond perste. Dok werd opgeroepen voor een uitwendige hechting, en ik werd gecontroleerd: buik zacht dus waarschijnlijk alleen een wondbloeding naar buiten toe, maar erg lage bloeddruk en hoge pols en verdere tekenen die al richting shock gingen.
Hb werd ter plekke bepaald om te besluiten of ik wel of niet een bloedtransfusie nodig zou hebben, maar hoewel m'n Hb gezakt was van 8 naar iets boven de 5, werd besloten pas bij onder de 5 bloed te geven, juist omdat de wond uitwendig bloedde.
Ondanks de hechting gulpte er nog steeds flink wat bloed uit de wond als ik bewoog of als er ter controle op gedrukt werd. Of ik maar stil wilde liggen voor de rest van de nacht, tot ze weer bloed zouden prikken.
Het kon me allemaal weinig schelen, als ik maar mocht slapen.
De volgende ochtend was de wond redelijk dicht.
Ik mocht dus ook een dag langer blijven, ter controle. En weer bloedprikken, en ik was al zo bont en blauw ;-)
Intussen mocht ik ook 'gladgemalen' voer eten. Ik kan u meedelen: gemalen sperzies gaan best. Aardappelpuree met wat kruiden smaakte uitstekend. De rundvleesmousse heb ik geproefd maar dat was voldoende. En vla viel beter dan yoghurt, meestal is dat andersom. Ik kreeg ook een bakje griesmeel, maar het minihapje dat ik nam voelde ik als een baksteen naar beneden vallen, dus nee.
Verdund appelsap smaakte ook niet zo, bouillon wel.
Toen ik barstende koppijn kreeg (ondanks de paracetamol) bleek ik wat uitgedroogd, meer drinken dus.
Probleem: je neemt een slokje drinken (of een hapje eten) en je zit minutenlang te boeren voordat je nog een slokje/hapje kunt nemen. Je moet 3 maaltjes en 3 tussendoortjes nemen (denk aan: paar happen yoghurt als ontbijt, glas melkspul als tussendoor, enz), en je mag een half uur voor en na het eten niet drinken.
Je bent dus de hele dag aan het eten/drinken/boeren ;p
Zondag beek m'n Hb ééntiende gestegen, dus ik mocht weg.
Vrienden pikten me op en brachten me thuis, waar de katten uit narrigheid samen in 1 van beide bakken hadden gepoept en toen die te vies werd, lekker op het zeil gescheten hadden. Vriendin ruimde het op, de schat.
Tom stond intussen loeiend bij het raam: hij wou al zo graag naar buiten en nou kwamen er ineens ook nog 3 mensen binnen die hij niet kende! Gauw het raam open en hij is pas laat in de avond weer binnengekomen, en pas vanochtend liet ie zich achterdochtig weer aanhalen.
Tijger vergaf me dezelfde avond al, die wilde vooral veel aan me snuffelen en kopjes geven.
En toen ik lusteloos wat eten lepelde uit een Olvaritpotje, werd Tijger zelf heel erg blij - er zat kip in! Zij heeft er meer van op dan ik. Vanavond nog een paar hapjes als diner, en dan voer ik de rest wel aan de katten ;-)
Vandaag heerlijk op m'n stoel gezeten, in de zon, met het raam op de kattenkier, vogels buiten aan het zingen, en vloog van alles voorbij. Allerlei lieve acties van vrienden maken me steeds weer aan het huilen (de tranen zitten heel hoog, op een soort PMS-achtige manier).
Intussen heb ik nog steeds geen pijn, de pleisters kriebelen wat, de wonden trekken soms een beetje als ik me te wild beweeg, en het enige dat vervelend is, is die moeheid. Ik voel me alsof het winterslaaptijd is. Maar ik slaap steeds een paar uur, dan word ik wakker, drentel wat rond, en na anderhalf uur is het wel op, dan moet ik weer slapen of minstens een tijdje zitten suffen in de stoel. Doe ik dat niet, dan gaat m'n hoofd tollen, lijkt me een duidelijk signaal: nu rust nemen.

woensdag, februari 19, 2014

Al m'n hele leven worstel ik met overgewicht. Mijn moeder had heel wat met me stellen - niet alleen was ik lang, maar ik was ook dik, en dus paste ik nooit in standaardkinderkleding. Maten die voor mijn lengte goed waren, waren niet goed voor mijn breedte en andersom. Gelukkig kon mijn moeder goed naaien, en zomerbroeken en dergelijke maakte ze zelf: keurig passend en geen hoog water.
In m'n puberteit ontwikkelde zich een forse eetstoornis, die flink bijdroeg aan het uitdijen.
In gespecialiseerde winkels voor grote maten kon ik meestal terecht bij de grootste maten. Ooit was 56 daar de grootste maat, maar ik was duidelijk niet de enige die groeide en groeide, want tegenwoordig gaan zulke winkels vaak standaard tot en maat 62, en soms tot 66. Wat opvalt: shirts en blouses gaan vaak tot 66, broeken niet. Terwijl ik toch veel vrouwen zie met mijn bouw: een flink 'onderstel' en een bovenkant die fors is maar niet zo fors als de onderkant.
Een andere 'klerenprobleem' is de keuze die je hebt. Ik ben niet zo van de woeste prints, ook door de neiging niet nóg opvallender te willen zijn dan ik al ben. Maar de meeste XL-kleding in Nederland is oorspronkelijk Duits. Dan is het speuren naar kleding zonder 'vrolijke' prints (denk aan Hawaii meets psychedelica) of glitters of stenen ('charmante siersteentjes').
Zie bijvoorbeeld hier, hier, hier, hier, hier, of hier. U heeft een idee ;-)
Die kleding is natuurlijk maar een klein onderdeel.
Een groter probleem is dat afvallen steeds moeilijker wordt.
Ik woog na behandeling van mijn eetstoornis 130 kilo, en eigenlijk kon ik alles - lekker een dagje fietsen, gewoon waarheen de wind me voerde, 150 kilometer was geen probleem. Wandelen kostte meer moeite, maar lukte wel.
Ik kwam weer aan, en na een tijd woog ik 195 kilo. Mijn grootste omvang kwam in de buurt van mijn lengte en het was genoeg. Misschien ben ik een paar kilo zwaarder geweest, maar niet veel meer. De 200 heb ik nooit gehaald. Maar het lukte me niet er wat af te krijgen, en ik was ontmoedigd: als ik nu weer 30 kilo af zou vallen en er weer 50 kilo aan zou komen, dan werd het alleen maar erger.
Ik werd ziek en dat was een aanslag op mijn conditie: naar de bushalte lopen (100 meter) was vermoeiend, en het was een overwinning toen ik weer naar de bouwmarkt kon fietsen (misschien 7 kilometer heen en terug).
Je wereld verandert: voorheen ging ik regelmatig naar een museum, nu liet ik dat want zou ik daar wel kunnen zitten als het niet meer ging? Een afspraak met een vriendin in een café - hebben ze daar bankjes, want in een stoel pas ik niet?
Toen bij een standaardcontrole mijn nierwaardes verslechterd leken, was dat de druppel. Ik meldde me aan voor een maagverkleining. Mede omdat een vriendin daar goede resultaten mee behaald had. Het is geen wondermiddel, je valt niet magischerwijze af zonder daar iets voor te doen - je moet nog steeds op je eten letten en extra bewegen. Maar dat opletten wordt op zichzelf iets makkelijker, en eenmaal wat lichter zal bewegen ook weer makkelijker gaan.
Bij nader inzien was die nierwaarde waarschijnlijk een effect van een ander medicijn. Maar het was het zetje dat ik nodig had.
Vreemd genoeg ben ik nu zonder er iets extra's voor te doen ineens 15 kilo afgevallen - broeken beginnen te slobberen en het valt me op dat ik bij de bushalte steeds sta te wachten in plaats van direct amechtig hijgend op het bankje te ploffen.
Morgen is het zover.
De vriezer zit vol groenvoer en vlees dat gepureerd kan worden (voor de eerste 2 weken). Ik vind het doodeng maar we zullen zien...

maandag, september 09, 2013

Reis naar en door de Arena

Reis naar en door de Arena

Ruim op tijd vertrokken. Gelukkig maar. Een massa mensen stapte in de trein - veel met Pink Floyd- of The Wall-t-shirts, maar ook velen met koffers, want Schiphol was bereikbaar via bus vanaf station Bijlmer Arena. Alle treinen stopten daar dan ook.
Behalve deze, deze zou omrijden via Hilversum en dus niet daar stoppen. Een veeg teken.
De volgende trein naar Bijlmer werd omgeroepen, inmiddels stond er een dubbele lading passagiers klaar. We persten ons in de trein, om vervolgens te horen... Inderdaad.
Er bleek een defecte trein bij Holendrecht te staan. Stress sloeg toe: mensen moesten een vliegtuig halen, of wilden op tijd bij het concert zijn. Het vervelendste was dat steeds werd omgeroepen dat reizigers voor Schiphol naar Bijlmer moesten - alleen was dat station niet rechtstreeks bereikbaar. (Omreizen via Hilversum, in Amsterdam een trein of metro pakken naar Bijlmer, daar over op de bus naar het vliegveld - een mijl op zeven).
Ik zag wat later een sprinter staan waarbij gemeld werd dat ie op Holendrecht zou stoppen. Ik vond het best, daar kun je de metro pakken.
Eenmaal in de trein werd omgeroepen dat ie door zal rijden naar Bijlmer. Hoera: onderweg. Het is snel opgelost, en dat mag ook weleens gezegd worden.
Zoef naar het station.
De trein stroomde leeg en in colonne liepen we richting de Arena. Mja, ik had een plek aan de zuidkant, maar ik moest aan de noordkant naar binnen, Noord C. Dus moest ik het hele gebouw rond, en dan in het gebouw hetzelfde eind weer teruglopen. Maar zowel op de site als aan de telefoon was me verzekerd: geen trappen. Er zijn liften en roltrappen, alleen naar je zitplek moet je een trapje nemen.
Eenmaal bij de ingang zag ik toch echt twee trappen vóór de roltrappen begonnen.
Ik moest mijn opvouwplu inleveren en ik kreeg een ontvangstbewijs, na de show zou ik 'm weer kunnen ophalen.
Ik zwoegde de trappen op. Daarna de roltrappen. Ik kwam uit bij vak 414 (meen ik), en ik moest naar vak 427. Linksom (waar de nummers oplopen) lijkt dan handig, maar kon niet: de hele noordkant was afgezet. Sjoksjoksjok. 413, 412, 411. En zo verder, waarna achter 401 of 400 vak nummer 430 opdoemde. Sjoksjoksjok.
Vak 427! Hoera! Ik was kapot inmiddels, want ik heb al een waardeloze conditie en loop niet zo makkelijk. En zeker geen trappen.
Naar het vak moest ik een trapje op. Nou, dat red ik nog wel. Waarna een steward me verwees: nog een trap van 17 treden, hellingspercentage 37 graden, en ik bleek aan de andere kant van het vak te zitten. Gezien mijn figuur zou dat betekenen dat de volledige rij mensen van hun plek zou moeten. Ik ging terug naar de steward: volgens mij kan ik beter via de ingang van het volgende vak, dan kan ik direct op m'n plek gaan zitten, ik zit aan dat pad. Nee, dat mocht niet.
Ik had het gehad, en ging maar zitten op de trap. Iemand schuin achter me waarschuwde me op tijd dat iemand zijn bier had laten vallen, een grote plas kwam mijn richting uit. Ik stond op, en depte de boel op met het pleepapier dat ik altijd bij me heb. Geen probleem. Helaas liet daarna iemand zijn cola omvallen en merkten we dat te laat. Natte broek dus.
De steward kwam melden dat ik niet op de trap mocht zitten. Snap ik, stel dat er iets gebeurt. Naast me waren twee stoelen leeg, die mensen waren of niet gekomen of elders gaan zitten, dus ik heb een stoel ingepikt.
Geweldig concert, zie de voorgaande post.

Einde concert, de tribunes stroomden leeg. We werden richting dichtstbijzijnde uitgang gedirigeerd, mooi, want dat was dichterbij het station. Maar: trappen. Gevraagd of ik gebruik kon maken van de lift. Nee, dat kon niet. Met de moed der wanhoop het trappenhuis in. Links aanhoudend, zodat ik m'n linkerknie kon ontzien. Me tegen de leuning persend zodat mensen achter me erlangs konden. Bij elk vlakke stuk op adem komend. Later aan de rechterkant omdat m'n rechterknie ging gillen.
Uiteindelijk was ik beneden. Bij vak Zuid H, en ik kon m'n plu zo ophalen bij Noord C. Behalve dat ik niet in staat was daar 'even' heen te lopen en weer terug. Ja, nou, goh, vervelend, dan gaat ie naar gevonden voorwerpen, u mag wel binnendoor lopen hoor? Nee, ik kan dat stuk niet meer extra lopen. Dan kon ik 'm later ophalen bij gevonden voorwerpen. Alsof ik hier ooit vrijwillig terug zou komen. En waarom was die lift niet te gebruiken? De steward wist absoluut zeker dat dat niet zo was, ik had het alleen even moeten vragen. Maar dat hád ik gedaan, en er was me gezegd dat de lift buiten gebruik was. Ze vonden het raar dat ik had moeten omlopen via ingang Noord C en ze vonden het vervelend dat ik ondanks toezeggingen toch trappen had moeten lopen, waarvoor ze excuses aanboden.

Op naar het station. Dat is niet ver van die uitgang, behalve als je al gesloopt bent. Sjoksjoksjokpauzesjoksjokpauzesjoksjokpauze. Voor Pathé ging ik maar even zitten op een muurtje. Er stond een ambulance, een brandweerwagen, 4 politieauto's. Het leek allemaal rustig behalve dat er nog veel meer sirenes in aantocht waren en er na een tijdje een agent begon te rennen met afzetlint. Omdat hij links vóór me begon en daarna naar rechts áchter me rende, kreeg ik het lint in m'n gezicht en werd m'n bril van m'n neus gezwiept. Gelukkig kon ik 'm opvangen. (Later las ik dat de hele handel was opgeroepen om te ventileren. Inmiddels blijkt dat een hufter met traangas bezig is geweest: zie hier.)
Na een tijdje stonden er 5 politiewagens,een brandweerauto, twee ambulances en een brandweercommandowagen, plus wat fietspolitie. En nog steeds meer sirenes in aantocht.
Door naar het station, de roltrap werkte niet, maar gelukkig was er een lift.
In de trein naar huis, op het balkon met een groep zatte ruziemakers.
In de laatste trein zat een stel dat van een soort fantasyfeest in België kwam, vooral hij was het bekijken waard, in krokodillenpak ;-)
Laatste stukje van de reis, op de fiets, ineens beseffend dat ik tóch wat vergeten was: m'n fietslampjes. Gelukkig ging dat goed.
Tevreden over de show thuisgekomen, bijzonder pissig over de Arena.
De hele nacht kramp gehad in m'n been - bed in, bed uit, drentelen, strekken, drentelen, bed in, bed uit enzovoorts.
En toch was het het waard. Ik moet alleen nog even een brief naar de Arena schrijven.

*schoot me nog te binnen: je mag niet roken in de Arena, behalve op bepaalde plekken van de 'loop'ring buitenom. Maar er zaten flink wat rokers om me heen, en iemand met een joint die zo walmde dat het halve vak waarschijnlijk ietwat onder invloed raakte. En daar reageerden de stewards helemaal niet op.

The Wall in de Arena

The Wall in de Arena


Wat moet je zeggen over zo'n show? Overdonderend? Heftig? Geweldig?
Een rockopera met een boodschap en heel veel visueel spektakel - van stukken uit de film, geprojecteerd op de muur die op het podium staat, en opblaasfiguren (de schoolmeester, de moeder, de vrouw, de rechter, het varken, de hamers).
Op de muur worden ook slachtoffers van geweld geprojecteerd. Van Waters' vader en andere militairen die tijdens hun werk sneuvelden tot burgerslachtoffers van aanslagen en militair geweld.
Een vliegtuig en een heli vliegen. De vleermuis die voorbij kwam hoorde ongetwijfeld niet bij de show.
Een extra applaus werd gevraagd voor het kinderkoor, met de uitleg dat de band elke dag met een ander koor werkt, dat zich om 13 uur meldt en Another Brick in the Wall dan maar snel moet oefenen.
Ik blijf het eng vinden dat een uitvoering die voor mij ook gaat over het gevaar van meelopen, een mensenmassa in een willoos geheel lijkt te veranderen. Waters maakt een gebaar, iedereen doet 'm na. En altijd moet ik dan denken aan beelden uit dictaturen, waar je net zulke beelden van ziet. Griezelig.
Het geluid was niet continu top, soms waren er rare (nietbedoelde) effecten. Als Roger Waters sprak, was het dan ook matig te verstaan, behalve zijn Nederlandse toespraakje, omdat hij toen langzaam sprak ;-)
Maar als je daar zit, ondergedompeld in dat geweld (letterlijk en figuurlijk), dan geeft dat niets.
De geprojecteerde delen uit de film houden het verhaal samen en geven Waters de kans om wat geintjes uit te halen, zoals een duet met zichzelf in een opname van een vroege uitvoering (1980) van The Wall. Ondanks dat ie erbij zegt dat ie bang is dat het wel erg narcistisch overkomt, werkt het goed.
In de rustiger nummers merk je dat hij 70 is, die kosten hem wat meer moeite dan de ruigere nummers. Te zien aan de brede grijns op zijn gezicht, had hij er zelf ook veel plezier in, ook al is The Wall al 34 jaar oud.
De band is niet Pink Floyd, maar duidelijk een goed op elkaar ingespeelde eenheid.

De recensies zijn juichend, zie bijvoorbeeld op Nu.nl en op Maxazine.nl (waar ook een reactie is over bar slecht geluid - ik ben benieuwd waar diegene zat). Op diverse sites zijn foto's en filmpjes te vinden. Opvallend, het halve veld stond vol mensen die het hele concert lang aan het filmen waren - zouden ze thuis pas zien waar ze geweest zijn? Voordeel is dat je mee kunt kijken, zij het met matig geluid en natuurlijk lang niet zo verpletterend als live. Zoals hier.
 

maandag, juli 22, 2013

Granny's

Een nieuwe gekte heeft toegeslagen.
Nadat er een oproep was gedaan om champies te haken in verband met een feest in de wijk (bij de ingang van onze wijk staat een grote paddestoel, vandaar, zie hier), kreeg ik het via een video-instructie onder de knie. Dat haken, dat een regelrecht jeugdtrauma was. Dat bleek ineens toch wel erg leuk te zijn.
Mijn oma haakte granny's. En ja, die ken je wel - die blokjes die uit kleine blokjes bestaan, en waarvan je in de jaren zeventig kussenhoezen zag, pannenlappen, en spreien.
Het was even prutsen, want die champies gingen met vasten en de granny's bestaan uit stokjes. De eerste mislukte, de tweede ook, en toen ging het licht aan. Het gaat niet zo snel, ook omdat ik aan m'n elleboog voel dat ik een beetje op moet passen, maar inmiddels zijn het er 42. Tzt moeten ze tot een leuk patroontje gemaakt worden en aan elkaar gehaakt. Als ik een sprei wil maken voor mijn bed van 2 bij 1,4 heb ik maar 350 nodig...
Een overzicht vind je hier.




dinsdag, juli 02, 2013

Maatschappelijke stage voor beleidsmakers, bestuurders en politici.

 Maatschappelijke stage voor beleidsmakers, bestuurders en politici


Ik blijf pleiten voor mijn stage-idee: elke beleidsmaker en politicus et cetera vóór aanvang van hun baan eerst een maatschappelijke stage laten doen. Je zet ze (minimaal) een maand in een verkrot huis met een kapotte wasmachine en een haperende koelkast, je geeft ze (voor 1 persoon) 200 euro en 60 euro erbij voor een 2e volwassene of 50 voor een kind. Huur, zorgverzekering, energie en water zijn betaald. Zie maar dat je eten, kleding, reiskosten, onvoorziene kosten betaalt. Uiteraard moeten ze wel verplicht minimaal 1 keer naar een Werkplein op een flinke reisafstand. Via het openbaar vervoer of met die fiets in de schuur die eerst opgeknapt moet worden. En nee, met 200 euro per maand zit je boven de Voedselbanknorm. En ja, uiteraard kunnen we zorgen voor wat extra (dure) tegenslag.
Daarna een maandje "bijkomen" in een verpleeghuis, met voldoende medicijnen om te zorgen dat ze niet zelfstandig kunnen lopen en niet kunnen praten. Hoop maar dat je op tijd naar de wc geholpen wordt, hoop maar dat je gevoerd wordt voor je eten koud is. En oh ja, misschien als bonus na 2 weken een katheter, te vervangen door een werkloze (en ik hoop zo dat ze het dan alleen over het zakje hebben, hoewel ook dat geen klus is voor leken).

Thuis'zorg'

 Thuis'zorg'


Oké. Ik wist dat ze gek geworden waren. Werklozen aan de dwangarbeid in de thuiszorg, bedacht bijvoorbeeld Florijn in 010. Waarbij hij benadrukte dat het dan ging om de 'eenvoudige' dingen, poetsen, boodschappen doen, en beslist niets medisch.
En dan dit:
"De gemeente Deventer wil werklozen en vrijwilligers inzetten bij het wassen en aankleden van ouderen en hulpbehoevenden.
Ook kan hun gevraagd worden om medische handelingen te doen, zoals het vervangen van een katheter of het aanzetten van protheses. Dat meldt Nieuwsuur in de uitzending van vanavond."
(Bron en meer)

Leuk. Fijn. Goed geregeld. Fijn voor de dwangarbeider, fijn voor de zorgontvanger ('Nee mevrouw Jansen, ik heb ook niet zo'n zin om u uit die diarreeluier te halen, maar ja, anders stopt mijn uitkering hè?').
En katheters vervangen, ach ja, daar hoef je niks voor te kunnen en kennen. Als je het fout doet, kan er niks misgaan.
Protheses aanzetten, idem. Geen enkel risico. Dus geeft het ook niet als er niemand is die alarmsignalen kan waarnemen, of met wie je kunt overleggen als zorgontvanger.

Het verdringingscriterium is allang opgegeven. Tewerkgestelden doen voor hun uitkering werk dat anders door mensen op een sociale werkplaats zou zijn gedaan - dus is er voor die laatste groep minder werk, ze raken hun baan kwijt, maar dat geeft niet, want werkgevers moeten een x percentage arbeidsgehandicapten aannemen, tenminste, als ze dat eventueel zouden willen want die eis is geen eis meer en de invoerdatum wordt opgeschoven en de hoogte van het percentage zakt steeds verder.

Laten we dan gelijk even dóórpakken. We ontslaan alle verzorgenden en verplegenden, want hun vakkennis en vakkundigheid is blijkbaar niets waard. Want elke willekeurige aanhetwerkgezette kan hun plaats innemen.
Bovendien heb je dan lekker veel werklozen die in no time in de bijstand komen en die je in kunt zetten als... Inderdaad.

Ik wil best tewerkgesteld worden. Doe maar als gemeentebaasje van Deventer, of nee, doe maar gelijk als minister van ZZS (Zorg- en ZekerheidsSloop).

maandag, maart 11, 2013

Vloekvloekvloekerdevloek. Van kwart voor een tot half zes zoet geweest omdat ik om 2 uur een gesprek van 1 uur moest hebben. Deur uit, bus pakken, overstappen. Die chauffeur vragen of ie zijn collega van de volgende bus kan vragen even te wachten - officieel gaat die volgende bus 1 minuut eerder weg, en beide bussen rijden eens per half uur.
Nee, dat kon niet, want de bus waar ik in zat was van GVU, en het taxibusje waarop ik over moest stappen, is van Connexxion, en communicatie tussen de verkeersleidingen van die twee is onmogelijk (chauffeurs kunnen alleen via die verkeersleiding met elkaar praten). Ieniemini detailtjes: GVU is van Connexxion. Steeds meer 'gewone' stadslijnen van GVU worden overgenomen/aangevuld door die Connexxion taxibusjes. En de overstappen zijn vrijwel overal belabberd. (Als Qbuzz straks ook in Utrecht gaat rijden wordt het vast nog leuker.)
Ik stapte uit bij mijn halte, geen taxibusje te bekennen, dus: een half uur wachten. Gevoelstemperatuur -9. Goeie schoenen, dikke sokken, twee broeken, dikke jas, muts, sjaal, wanten, capuchon, en het was KOUD. Héél erg koud. Sterker: er kwamen continu kleine sneeuwvlokjes naar beneden.
Zover mogelijk wegduiken in het bushokje gaf enige beschutting tegen de wind.
En ja, busje kwam niet. Sterker: volgende busje kwam óók niet.
Doorgesjokt naar de halte van de sneltram, die reed net voor m'n neus weg, paar haltes mee met de volgende, uitstappen.
Ongeveer 750 meter lopen, wat voor mij een halve marathon is, met veel pauzes.
Veel te laat op de afspraak, maar degene met wie ik afgesproken had was ziek, en iemand anders nam de afspraken over waarbij de boel nogal uitgelopen was zodat ik maar een klein beetje te laat was en even moest wachten omdat de dame van de afspraak nog wat mensen moest bellen.
Tranend en hoestend van de koud-warm-overgang gesprek gevoerd.
Klaar, naar buiten, zie ik het taxibusje verderop net wegrijden. Oké, half uur wachten dan. Ergens een broodje gehaald, de maker belegde het met de hand met kaas en salami - dezelfde hand waarmee hij m'n geld aanpakte en het broodje later uit de oven haalde en aanvulde met groen en olijven (die pakte hij met een lepel, ik proefde wel duidelijk ook tonijn dus kennelijk 1 lepel voor alle varianten extra's).
Sjoksjok naar de halte van het taxibusje, wachten. Nog steeds koud.
Busje kwam, heerlijk warm. Stukje rijden, de overstapbus voor m'n neus zien wegrijden. Dan maar het winkelcentrum in, daar was het tenminste warm.
Op tijd weer naar de halte, waar de bus inmiddels bijna een kwartier vertraagd bleek. Stukje rijden, bus weer uit, dezelfde oversteek maken die ik op de heenweg al maakte (er zaten nog steeds opvallend veel putters en een matkop, dat maakte de dag bijna goed ;p), wachten op de vertraagde laatste overstap, flink volle bus, koud! Naar huis, stukje lopen, en hoera, warmte!
Verwarming aan, bijkomen. De neiging bedwingen om met een kruik in bed te gaan liggen. Niet kwaad worden op Tom die niet naar buiten wilde maar wel toen ik op de plee zat ook de badkamer in kwam en gezellig op de douchevloer ging zitten pissen. Alsof ik het kan helpen dat het buiten zo smerig koud is en dat hij niet op de (schone!) bak blieft te gaan.
Niet mijn dag dus. Maar al met al weet ik wel dat uit mijn profiel - gedestilleerd uit antwoorden op een computervragenlijst - blijkt dat ik erg goed ben in communicatie, leidinggeven en dat ik een sterke helicopterview heb. Dat u dat even weet.

dinsdag, januari 15, 2013

'Zonder werk geen uitkering in Houten'

HOUTEN - Werklozen in Houten moeten voor het behoud van hun uitkering verplicht aan het werk. Dat staat in een voorstel van CDA en VVD, dat dinsdagavond in de gemeenteraad wordt besproken.
De partijen willen werklozen zo blijven betrekken bij het arbeidsproces. Dat zou hun uitzicht op een nieuwe baan vergroten. Ook heeft het hebben van een baan volgens de partijen een positieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid. Verder kunnen werklozen ervaring opdoen en deelnemen aan (om)scholingstrajecten.
De initiatiefnemers denken aan verplichte bijbanen in onder meer de fruitteelt, de verzorging en het verenigingsleven. Ze benadrukken dat het daarbij om maatwerk moet gaan, dus er moet voor iedereen wel passend en zinvol werk worden gevonden. Het plan is ook bedoeld voor mensen die nu al een uitkering krijgen.
Volgens de VVD is er in de gemeenteraad van Houten positief op de plannen gereageerd. Mocht de politiek uiteindelijk met het plan instemmen, dan is Houten volgens de initiatiefnemers de eerste gemeente in de regio die een dergelijke maatregel zo invoert.
Het plan zou al succesvol zijn buiten onze provinciegrenzen, zoals onder meer in Zaanstad en Hoogezand-Sappemeer.
(Bron)

Als dat werk er is, waarom werken daar geen mensen tegen normaal loon?
Of het werk is er, en dan huur je mensen in.
Of het werk is er niet, en dan is dit een smerige deal: werkgevers krijgen goedkope arbeidskrachten en gemeentes vervalste uitstroompremies.

vrijdag, november 16, 2012

Eten, dik en dun zijn en de redenen ervan, in ons voedselwonderland

Eten, dik en dun zijn en de redenen ervan, in ons voedselwonderland

Waarom worden zoveel mensen te dik? En waarom lijken sommige mensen nooit aan te komen, wat ze ook eten? Waarom helpen diëten nooit langdurig, en wat moeten we dan als we toch gewicht kwijt willen? Waar lopen dikkerds in onze maatschappij tegenaan?
Iedereen weet wel dat het verstandig is om boodschappen te doen mét een lijstje en zonder dat je al trek of honger hebt. Maar wie is zich echt bewust van alle verleidingen in de supermarkt? De auteurs - een psycholoog en een bioloog - lopen met een specialist op dit gebied door een winkel en nemen de proef op de som.
Wat is honger eigenlijk? En hoe en wanneer voel je je verzadigd? Dat verzadigingsgevoel blijkt angstaanjagend makkelijk te foppen, blijkt uit vele, soms hilarische onderzoeken.
Dik word je als je teveel eet, is het algemeen heersende idee. Dat klopt, maar alleen teveel eten is niet voldoende. Je moet óók de juiste (of misschien de 'verkeerde') genen hebben, en de bijbehorende darmbacteriën. De omgeving met een overvloedig voedselaanbod is voor ons allemaal geregeld - en niet op de beste manier: een broodje halen terwijl je winkelt is makkelijk, maar voor een appel moet je al flink meer moeite doen.
Dik zijn is je eigen schuld, nog zo'n idee. Maar in het boek wordt duidelijk omschreven dat het niet altijd meevalt de goede keuzes te maken uit het enorme aanbod van voedsel, en dat gezond eten duurder is dan ongezond eten.
De auteurs hebben ook uitgezocht wat de beste optie is als je blijvend gewicht kwijt wilt. Het kan wel, als je het maar heel rustig aan doet en er veel tijd voor neemt. Dat lijkt heel simpel, maar vereist wel verandering van gewoontes, en valt dus niet mee.
Dikke mensen worden gestigmatiseerd, en deels ten onrechte: wie dik is, is niet per definitie ongezond (of ongedisciplineerd), zoals een dun persoon niet per definitie gezond (of gedisciplineerd) is.
In Amerika blijken te magere vrouwen het meest te verdienen, en dikkere vrouwen het minst. Opvallend genoeg verdienen dikkere mannen over het algemeen meer dan magere mannen. (Zijn de 'dikkerds' misschien vooral de kantoormannen? Dat staat er niet bij.)
In tv-series zijn de (te) slanke vrouwen de sexy vrouwen, de 'dikkerds' zijn degenen waar je mee of om kunt lachen. Bij artikelen over obesitas zie je erg vaak een foto van een dik lijf, het hoofd valt buiten de foto.
Het boek sluit af met een hoofdstuk 'Wat nu?', met een overzicht van mogelijke manieren om gezonder te (laten) kiezen. Een fruitkorting? Een vettaks? Het stoplichtsysteem? Dat zal van de overheid moeten komen. Zelf kun je ook wat doen: koop niet wat je niet nodig hebt, eet aan tafel terwijl je niets anders doet, eet van kleinere borden. Het lijkt zo logisch, maar pas het maar eens toe – het werkt.
Kort samengevat: een zeer toegankelijk boek in heldere hoofdstukken, prettig leesbaar en met humor geschreven, barstensvol met nieuwste inzichten.
Het boek bevat veel verwijzingen naar onderzoeken, allemaal met duidelijke voorbeelden en bronnen. Een aanrader!

donderdag, november 08, 2012

Zorgkosten

Ik snap een paar dingen niet rondom de plannen met de zorgpremie. Gezien de ophef ben ik niet de enige, alleen schijn ik dan weer net de verkeerde dingen niet te snappen.
Ik zit in de bijstand. Ik zal het voor u voorrekenen.
De norm is 668,44 euro per maand. Daarbovenop komt een gemeentelijke toeslag van 267,37. 46,79 wordt gereserveerd als vakantietoeslag, dus het maandbedrag is netto 889,02.
Mijn premie voor de verplichte basisverzekering is 106,50 (12% van mijn netto maandinkomen). Ik krijg 70 euro zorgtoeslag. 106,50 minus 70 euro is 36,50. Feitelijk is dat wat ik nu betaal aan zorgverzekering (ruim 4% van mijn netto maandinkomen). In de plannen voor het nieuwe systeem zou dat 21,25 zijn, waarbij de zorgtoeslag vervalt.
Sommige mensen houden vol dat 'de lagere inkomens' straks geen ruim 100, maar ruim 20 euro betalen en er 'dus' 80 euro op vooruitgaan. Dat is niet zo - het scheelt 15 euro. (En dan hebben we het nog even niet over het feit dat de bijstand op termijn lager zal worden, de gemeentes minder geld hebben voor de toeslagen daarop, dat de compensatie Eigen Risico vervalt, dat de Wet Toeslagen Chronisch Zieken & Gehandicapten vervalt, dat het ER zal stijgen, het basispakket verder uitgekleed wordt - u ziet dat de luie bijstandstrekkers er echt riant op vooruit gaan.)
Degenen die nu alarm slaan omdat ze in deze plannen 10% van hun inkomen moeten gaan betalen voor hun verzekering, waarom hoorde ik die nooit toen de allerlaagste inkomens allang over die 10% heen gingen?

Een andere opvallende zaak is de redenering: 'Als je de zorg goedkoper maakt, wordt er meer zorg geconsumeerd'. Dat begrijp ik niet. 'Het kostenbewustzijn neemt af' - ehm, hoe zat het met dat eigen risico? En: je krijgt in het oude noch het nieuwe systeem een rekening voor de huisarts. Daar zit het verschil dus niet.
Als ik naar een specialist moet, heb ik een verwijzing van mijn huisarts nodig, en die geeft die alleen als ze denkt dat dat nodig is. Daarop heeft een lagere (of een hogere!) zorgverzekeringspremie geen invloed.
Als ik medicijnen nodig heb, werkt dat net zo. Helaas moet ik veel medicijnen gebruiken, en ik weet precies wat ze kosten, dat staat keurig op de rekening van het eigen risico. Die medicijnen betaal je dus al zelf, tot een bepaald maximum (en dat maximum wordt veel hoger).
Wat wordt er dan precies goedkoper? De premie wordt wat lager. Ik zie niet in dat mensen dan ineens juichend naar de huisarts gaan, want daarvoor maakt het geen verschil. Voor medicijngebruik ook niet - die gebruik je op recept van een arts, en betaal je tot een x bedrag ook zelf. Zouden mensen denken dat door die lagere zorgpremie straks huisartsen gaan samenzweren met patiënten? 'U heeft het niet nodig, maar ik schrijf u medicijn X voor, want u bent toch al door uw eigen risico heen, profiteer ervan! Slik smakelijk!' Huisartsen zijn niet gek, en patiënten ook niet.
Waar zou dan die toegenomen zorgconsumptie zitten? Iemand die het weet?

dinsdag, november 06, 2012

Pesten

Een student pleegt zelfmoord, laat een briefje achter waaruit je kunt concluderen dat hij zelfmoord heeft gepleegd omdat hij gepest werd, zijn ouders laten een deel van die brief opnemen in de rouwadvertentie en alle media springen er bovenop.
Zijn middelbare school en zijn huidige opleiding verklaren om het hardst dat ze er nooit iets van gemerkt hebben, van dat pesten. Sterker: de jongen, in opleiding tot docent geschiedenis, wilde stage lopen op zijn oude school, dat bewijst toch wel dat ie zich daar goed voelde?
Ja, het was een einzelgänger. Een solist. Maar het ging goed met hem, of beter: niemand had in de gaten dat het níet goed ging. En: "er was sprake van een warm contact met docenten en medestudenten". (Bron)
De discussies laaien weer op. Pesten is zo erg niet, dat gebeurt overal. De gepeste moet gewoon wat harder worden, dan is er niets aan de hand. Met een goed gesprek los je veel op.

Ik ben zo'n gepeste. Misschien zit u er niet op te wachten, dan klikt u deze pagina maar weer weg. Maar als u wilt weten hoe het voelt, en hoe het werkt, en hoe ik het overleefde, lees dan door. Ook omdat u dan misschien kunt ingrijpen op school, of op uw werk, of in uw vereniging. Want pesten kan overal voorkomen waar mensen zijn. En dat kan veranderen.
Vergeef me als mijn verhaal warrig is. Ik probeer te beschrijven wat mij overkwam, en wat ik ervan leerde. Hier en daar loopt het door elkaar, maar ik ga het niet redigeren.

Omdat ik in september jarig ben, zou ik op mijn vijfde naar (toen) de lagere school kunnen. Wel moest mijn schoolrijpheid getest worden. Wat denken en leren betreft kon ik het prima aan, zo werd ingeschat. Maar ik herinner me nog die dame van de test die bij ons thuis aanbelde, iets zei over de test en eens praten, waarop mijn moeder in een zeldzame woede ontstak en de deur dicht knalde.
Achteraf vermoed ik dat die vrouw misschien iets kwam zeggen over mijn mentale rijpheid voor school. En dat mijn moeder, die zich als adoptiemoeder altijd beoordeeld en veroordeeld voelde, dat opgevat heeft als een afkeurend 'Ú doet het niet goed', in plaats van als een mogelijkheid om hulp te krijgen.
Hoe dan ook, ik ging naar school. Reuze spannend, ik leerde snel lezen, schrijven was moeizamer omdat mijn fijne motoriek waardeloos was. Ik kon niet eens tussen de lijntjes blijven. Maar ik genoot enorm van het leren. Zolang ik in de klas zat, want de pauzes waren een ramp. Ik kreeg de eerste dagen al zoveel opmerkingen naar mijn hoofd, dat ik snel leerde om me in een hoekje terug te trekken, of me zoveel mogelijk bij de aanwezige juf in de buurt op te houden.
Achteraf besef ik dat ik het daarmee erger heb gemaakt. Dat besef drong door toen ik als volwassene - lang, dik, opvallend - ineens doorkreeg waarom ik de ene keer wel opmerkingen naar mijn hoofd krijg, en de andere keer niet. Als ik me goed voel, zegt niemand iets. Ja, mensen mompelen weleens iets over 'Die is dik!', maar dat vind ik niet zo'n probleem. Maar als ik me onzeker voel, krijg ik opmerkingen die te grof zijn om hier te herhalen, en recht in mijn gezicht. Homo homini lupus: de mens is de mens een wolf. Wat afwijkt, is niet 'ons', verdient het niet om als 'eigen' behandeld te worden. En als je bang bent, merken anderen dat. Ze zien het aan je lichaamshouding, ze ruiken het aan je. En ze komen op je af, als aasgieren, haaien, als wolven inderdaad.
In dat opzicht was het advies van mijn moeder als ik weer eens huilend thuis kwam, 'Sla er dan toch ook op!' eigenlijk wel slim. Behalve dat dat niet in mijn karakter zat. En dat dat alleen geholpen zou hebben in het begin.
Het werd steeds erger. Het hielp zeker ook niet dat ik goed kon leren en een wijsneus was, maar als dat het enige was dat 'anders' aan mij was, zou ik niet gepest zijn. Het was een fundamentele kwetsbaarheid, die voor anderen zo zichtbaar was alsof ik een rode lamp op mijn hoofd had.
Het maakte ook al niets meer uit dat schoolreisjes voor mij een drama waren: ik was op het hysterische af bang dat men zonder mij zou vertrekken uit het pretpark of uit het museum of waar we ook maar waren, dus ik verloor de anderen niet het oog. Maar als je om 8 uur vertrekt en om een uur of 5 weer terugkomt, moet je ergens op de dag toch plassen. Door mijn angst durfde ik niet naar de wc, en onvermijdelijk plaste ik bij elk schoolreisje in m'n broek. Geen onzindelijkheid, maar echte doodsangst om vergeten te worden. Als volwassene denk je: 'Tss, zelfs als dat al gebeurd zou zijn, dan had iemand van dat park of museum naar je ouders kunnen bellen, die waren je zo op komen halen'. Maar als kind voelde dat heel anders. (Een psycholoog heeft dat later eens gerelateerd aan fundamentele verlatingsangst, die dan weer verklaard zou worden door mijn adoptie. Het zou kunnen, ik weet het niet.)
Ik modderde door, mijn ouders modderden net zo machteloos door, en er veranderde niets. Of ik niet op sport wilde, stelde mijn moeder voor. Dat zou wel goed voor me zijn, en dan maakte ik vast ook vriendjes. Ik wilde niet. De padvinderij dan? Ik ging op een zaterdagochtend kijken, zag allemaal kinderen in uniform en maakte dat ik weg kwam.
Een knutselclub, probeerde mijn moeder in wanhoop. Dat beviel wel, vermoedelijk ging dat vooral goed omdat het pakweg 10 meiden waren met 2 volwassenen, in 1 ruimte, elke week een avond. Vrienden maakte ik niet, maar dat deed niemand: we waren allemaal met onze eigen projectjes bezig.
's Zomers was er via die club een zomerkamp. Ik moest erheen van mijn moeder, hoewel ik de bui voelde hangen.
Met een grote groep meiden uit diverse plaatsjes in de omgeving zaten we in een soort jeugdherberg bestaande uit diverse barakken. Ik weet niet of u weet hoe dat gaat, dus ik zal het beschrijven: onderling vormen zich clubjes en kliekjes en eeuwige vriendschappen voor de duur van het kamp, meestal een week. Vanaf de tweede nacht zijn de vriendschappen zo hecht (of is misschien de angst voor het donker zo groot) dat de meiden twee aan twee hun slaapzakken aan elkaar ritsen en gezellig samen slapen, gewoon, omdat ze eeuwige vriendinnen zullen zijn. Behalve ik natuurlijk. Ik lag wakker op mijn bed, in mijn eentje, wensend dat ik thuis was.
Het pesten viel mee, vooral omdat we continu beziggehouden werden, maar de eenzaamheid was enorm. Na een paar dagen kon ik 's nachts niet meer ophouden met huilen, ik kroop uit bed, zocht de kampleiding op en probeerde al snotterend uit te leggen wat er nou toch mis was. Ik kon er niet goed woorden voor vinden, en uiteindelijk jankte ik het uit: 'Niemand houdt van me!'. De kampleidster was geschokt, wist duidelijk niet wat ze ermee aan moest, en sprak de onsterfelijke woorden: 'Maar de here Jezus houdt toch van je?' Waarop ik in een peilloos diep gat viel. Want thuis had ik geleerd dat die niet bestond, ofwel: er hield inderdaad niemand van me! Als ze domweg een arm om me heen geslagen had, was ik waarschijnlijk gekalmeerd. Maar zij had duidelijk geen ervaring met kinderen die zo buiten de boot vielen, en dat valt haar niet kwalijk te nemen. Ze zal oprecht gedacht hebben dat haar opmerking een troost was.
Ik ging terug naar bed, bevestigd in mijn gevoel dat ik alleen op de wereld was.
Op school ging het steeds slechter. Daar was een nieuwe jongen gekomen, M. - M. was een probleemjongen die al van vele scholen gestuurd was, een paar jaar ouder was dan de rest, een jongen die in de derde klas lagere school rondliep met een mes en vele tientjes op zak. Met één blik stelde hij vast wie zijn slachtoffer zou zijn, en wie de meelopers. Die laatsten, dat waren de jongens die eigenlijk wel de baas wilden spelen maar daar niet genoeg voor in huis hadden. Maar als M. ze opjutte, dan durfden ze wel. Ik kwam steeds vaker thuis met blauwe plekken.
Eenmaal in de vierde klas was M. alweer van school af, door naar een volgende school. Maar de meelopers waren er nog. En - hoewel ik nu nog steeds niet precies weet waarom - de meester van die klas begon me ook af te zeiken. Het was een man die nu niet meer voor een klas zou mogen staan: elke zaterdag mochten (bijna) alle jongetjes van de klas op zijn zolder met modeltreintjes spelen, in hun onderbroek. Destijds, jaren zeventig, werd dat als excentriek maar onschadelijk beschouwd, hij deed toch niks?
Hoe dan ook, op een dag kwam het zo ver dat hij zo kwaad op me was dat hij me tussen de middag op school opsloot. Ik durfde niet weg te gaan door een raam, ik durfde niet op het kantoor naar mijn moeder te bellen, ik was bang, ik wist dat ik enorm op mijn donder zou krijgen van mijn moeder omdat ze ongerust zou zijn, en ik wist niet wat ik fout gedaan had. Na een tijdje zakte de angst en besefte ik dat de juf van de derde altijd langsfietste als ze haar kind had opgehaald. Het raam opendoen en roepen zou toch niet verkeerd zijn? Ik stond op de loer, en toen de juf langskwam, riep ik naar haar. Zij kwam gelijk het schoolplein op, verbijsterd, en deed de deur open. Direct daarna arriveerden de meester, om me toch maar te bevrijden, én mijn moeder. Mijn moeder was te kwaad om iets te zeggen nadat ik verteld had wat er was gebeurd en de juf had bevestigd dat ze me net uit de gesloten school had gehaald, en ze hield me die middag thuis.
Na de grote vakantie ging ik naar een andere school. Een mooie nieuwe start dacht mijn moeder, ik twijfelde daaraan. Hetzelfde effect: leren ging prima, sociaal ging het niet. Extra bonus: op de route huis-school-huis lag een huishoudschool, en al heel snel bleek dat daar een oudere zus van een klasgenoot op zat. Die zus wachtte me op, deelde een paar flinke klappen uit en liet me dan verder fietsen. Later stond ze er met vriendinnen. Weer hetzelfde: een bullebak begint, maar anderen doen mee. En die anderen, dat zijn degenen die later zullen zeggen: 'Het viel toch wel mee? Wij deden eigenlijk niks'.
Het kwam erop neer dat mijn moeder me naar school bracht, en dat een meester mee fietste naar huis. Puur voor mijn veiligheid.

Op de middelbare school ging het iets makkelijker, vooral omdat mensen daar erg met hun eigen dingen bezig waren. Er waren groepjes, daar viel ik buiten, maar er waren meer buitenstaanders, en het kwam niet zo vaak meer voor dat in in elkaar geslagen werd. Bespot wel, maar dat was al zo gewoon voor me dat ik daar wel mee kon leven - of beter: ik overleefde.

Uiteindelijk ging het mis. In mijn hoofd. Ik zag het al vanaf de lagere school niet voor me: je ging naar school, en dan een vervolgopleiding of studeren, en dan werken, dan trouwen, en dan? Thuisblijven met de kinderen? Waar had je dan voor geleerd? Of net als mijn vader een baan die hij niet leuk vond en die elke dag hetzelfde was? En hoe zat dat eigenlijk met dat trouwen, 'de mooiste dag van je leven'? Dan was de rest dus minder mooi, dan kon je dat trouwen ook maar beter uitstellen zodat je nog iets had om je op je verheugen.
En die opleiding, wat wilde ik? Ik was dol op boeken, daar wilde ik wel iets mee. Maar toen ik van de middelbare school kwam, was ik 15, met een MAVO-diploma, ik kon wel veel meer maar ik bracht het niet op.
Mijn moeder wist wel wat: de verpleging, daar was altijd werk in. Dan kon ik mooi de INAS doen (een schakelopleiding), als die af was was ik 17 en oud genoeg voor een opleiding in de verpleging.
Ik zag het niet zitten, maar op dat moment in mijn leven zag ik niets meer zitten, dus vooruit maar.
We kregen lessen levensbeschouwing, en tijdens een les kon het me echt helemaal niets meer schelen en zei ik dat ik regelmatig aan zelfmoord dacht. Dat ik nog geen manier had gevonden die én zeker was én zo min mogelijk ellende voor anderen zou geven. Maar dat ik die vast wel zou vinden.
Groot alarm overal. Een hectische week volgde, met allerlei gesprekken en gedoe, en toen het stof wat neerdwarrelde, vond ik mijzelf terug in een opvanghuis, op een wachtlijst voor opname op een jeugdpsychiatrische afdeling, en intussen een wekelijks gesprek bij (toen) het MOB.
Belachelijk, want ik was niet gek. Ik zag alleen maar heel scherp dat de toekomst niks voorstelde. Maar ja, als ik niet naar mijn gesprekken ging, kreeg ik zo'n gezeur aan mijn hoofd, dat ik maar ging.
Een half jaar later verhuisde ik naar Den Haag. Daar had ik al 'intakegesprekken' gehad, en het oogde allemaal wel best. Tot de dag dat een leider van het tehuis me wegbracht, in zijn Renault 4 vol met mijn spullen. Iedereen was naar therapie, op één meisje na, dat er niet goed genoeg aan toe was. Dat kon ik zien: ze zat van boven tot onder in verband waar op sommige plekken bloed doorheen sijpelde, en ze deelde me opgewekt mee dat dat was omdat ze 'gekrast' had. Ho even! Zo gek was ik niet! Daar hoorde ik toch zeker niet bij! En dit was dan nog de 'beste' groep? Man man waar was ik terecht gekomen?

Er waren een aantal therapieën, waarvan een deel als 'licht' gold (creatieve therapie, muziektherapie), en een deel als 'zwaar' (groeps-psychotherapie, psychomotore therapie [PMT], psychodrama). Daarnaast werd elke dag die dag besproken, en elke week was er 1 middag waarin 1 persoon uit de groep centraal stond, die kreeg een rapportage van de therapeuten, van de groepsgenoten, en moest zelf ook beschrijven hoe z/hij zelf vond dat het ging, waaraan gewerkt moest worden, wat de doelen waren in de komende periode enzovoorts.
Achteraf gezien kan ik zeggen dat die opname, van iets meer dan een jaar, mijn leven gered heeft. En dat is niet overdreven.
Uiteraard werkt alles samen: zonder het groepsproces zie je de dynamiek onderling niet. Ineens besef je dat wat je het meest stoort in andermans gedrag, vaak die trekjes zijn die je zelf ook hebt. Je vindt iemand best aardig maar ook eng, omdat diegene zich in sommige opzichten precies zo uit als je moeder. Je loopt keihard tegen dezelfde grenzen en problemen op, maar dan in een redelijk veilige setting, waar desnoods ingegrepen kan worden door mensen die daarvoor geschoold zijn - al kunnen ze dat niet allemaal even goed, want het zijn ook maar mensen.
Je ontdekt het fenomeen dat een groep pubers zijn mond absoluut niet kan houden, tenzij een psychiater de psychotherapie begint met 'Wie heeft er wat in te brengen?', waarna een langdurige, nerveuze, doodse stilte valt.
Wat ik me nog goed herinner, zijn de PMT-sessies. Altijd eerst wat losse oefeningen, dan vaak een paar personen die centraal stonden. Ik weet nog dat er ooit een grote trampoline stond, waar ik op moest gaan liggen. Vervolgens moest ik zeggen wie ik het minst vertrouwde uit de groep. Ik koos iemand die ik wel redelijk vertrouwde, want no way dat ik X die ik niet vertrouwde zou noemen, wie weet wat er ging gebeuren! Degene die ik noemde, moest op de trampoline heen en weer springen. Dat was tenminste het idee, en ik moest er dan maar op vertrouwen dat die persoon niet bovenop me zou springen. Omdat ik me volstrekt niet kon ontspannen, stuiterde ik bij de eerste sprong regelrecht van de trampoline af, en ik weigerde er weer op te klimmen.
Uiteindelijk werd besloten dat ik individuele PMT zou krijgen. De een-na-laatste keer herinner ik me nog erg goed. Ik associeer het altijd maar met het kraken van een noot, waarbij ik de noot was.
Stel je een gymzaal voor, twee therapeuten en een bange puber. We gingen een 'vertrouwensoefening' doen: ik stond aan de ene kant van de zaal, therapeute C. aan de andere kant, therapeut R. stond bij de deur. C. zou steeds een stapje dichterbij komen, en ik moest het dan aangeven als ik 'spanning' voelde omdat ze te dichtbij kwam, dan moest ik 'stop' zeggen. Eigenlijk voelde ik die al toen ze drie stappen had gezet, maar ik wilde me niet aanstellen, dus ik verbeet me.
Toen C. halverwege de zaal was, piepte ik 'stop'. Maar ze kwam gewoon dichterbij. Ik keek verwilderd om me heen, maar nee, R. stond nog bij de deur, geen ontsnappen mogelijk. C. bleef dichterbij komen en ineens had ik het: ik ging zitten. C. ging ook zitten en ik wilde net opgelucht ademhalen, toen zij al wiebelend nog steeds dichterbij kwam. Nog een keer STOP zeggen hielp ook niet.
Even later zaten we knie aan knie. Ik was witheet: ik moest toch stop zeggen? En dan luisterde ze niet! Maar ik liet het niet merken. Tot C. haar armen om me heen sloeg. Ik sprong overeind en begon te schreeuwen. R. vroeg hoe ik me voelde. Ik ging woest tekeer over grenzen aangeven en dat dat genegeerd werd als ik dat deed en dat ik Heel Kwaad was. R. vroeg heel rustig: 'Waarom huil je dan?' En verdraaid, ik was hard aan het huilen! Daar had ik niets van gemerkt. Ik stortte weer op de grond, heb een hele tijd enorm zitten huilen, met de armen van R. en C. om me heen, en dat luchtte op. Alsof er een abces opengebarsten was.
Later liep ik terug naar het huisje van mijn groep. Ik wilde me eerst wat opknappen zodat ze niet zouden zien dat ik gehuild had, maar ik besloot dat ze dat best mochten merken. En tot mijn grote verbazing werd ik opgevangen: 'Ga zitten, wat is er, vertel eens, ik maak even thee voor je' - wat een warm bad.
Het was een complete levensles: laat zien dat je kwetsbaar bent, en (sommige) mensen vangen je op. Doe alsof je onkwetsbaar bent, en mensen blijven jennen, als een tandarts op zoek naar een zere plek.
Ik ben nu bijna 30 jaar verder. Van bepaalde mensen in mijn omgeving weet ik vrijwel zeker dat ze het beste met me voor hebben. Of beter: ik wéét dat wel, maar ik durf het nog altijd niet te geloven. Mensen die me zomaar een kaart sturen voor m'n verjaardag? Die langskomen, me uitnodigen, kortom: eigenlijk al die dingen die voor veel mensen heel normaal zijn. En toch blijft diep van binnen dat stemmetje roepen: 'Pas op! Kijk uit!' De angst blijft dat mensen zeggen op een feest te komen en dan stiekem onderling, hahaha, zullen afspreken met z'n allen lekker niet te komen. Ik wéét dat dat niet gebeurt. Mijn vrienden zijn me dierbaar, extra omdat ik het zolang zonder heb moeten doen en nog steeds wen aan de luxe. En toch kan ik niet geloven dat ze van _mij_ houden. Omdat ik ergens diep van binnen niet genoeg van mezelf houd. Verstand en gevoel spreken elkaar tegen in dit geval.

Ik heb geluk gehad. Ik kreeg hulp toen ik echt niet meer verder kon. Dat was op een punt waarop mensen in mijn omgeving me zouden hebben beschreven als een kind dat graag alleen was, liefst zat te lezen, maar verder niet zoveel problemen had. Juist omdat ik me al zo in mezelf had opgesloten, dat mensen niet meer konden zien hoe slecht het eigenlijk ging.
Dat kwam niet alleen door het pesten, want het pesten werd deels veroorzaakt doordat er al iets mis was. Het pesten maakte het wel veel erger. En het maakte het ook onmogelijk voor mij om het zelf op te lossen.
Het zorgt ervoor dat ik nog altijd boos word als mensen zeggen: 'Ach, pesten hoort erbij'. Dan heb je iets niet begrepen. Plagen hoort erbij. Plagen maakt deel uit van een natuurlijke groepsdynamiek, en als die groep gezond is, is steeds een ander de 'pineut'. Pas als het structureel is, gericht op één persoon, en vanuit een soort groepsgevoel 'jij hoort niet bij ons en dat zullen we je even goed duidelijk maken', dan is het pesten. Plagen is juist de bevestiging dat je er wel bijhoort.
Iemand die lang gepest is, kan later min of meer genegeerd worden. Dan is er geen sprake meer van pesten zoals mensen dat kennen: opmerkingen, fysiek geweld, uitlachen. Maar iemand kan zich dan intussen, net zoals ik destijds, zo ver in zichzelf teruggetrokken hebben dat er geen weg meer terug lijkt, of vooruit, of opzij. Dan verbaast het de omgeving soms dat iemand over zelfmoord denkt, of dat die persoon zelfmoord pleegt. Maar zoals je ook in de brief van die jongen leest, gaat het dan allang niet meer om het nu. Als je klem zit, als je geen kant meer op kunt, dan kan zelfmoord de enige optie lijken. Juist de momenten waarop het even beter lijkt te gaan, zijn dan gevaarlijk. Als je even uit de put omhoog kijkt, en beseft dat je niet genoeg kracht hebt je aan die rand omhoog te trekken, dat je onvermijdelijk weer zult terugvallen. Waarom zou je jezelf dat aandoen? Nog jaren ellendig wachten op de dood die toch wel komt?
Dat klinkt erg somber. Maar zo kan het voelen als je depressief bent. En dat is vaak juist niet goed zichtbaar voor de omgeving - want z/hij was altijd al stil, altijd al teruggetrokken.
Hou een oogje open voor zulke mensen. Probeer vooral je hart open te houden voor zulke mensen.
Ik leef mee met de ouders en de andere achterblijvers van die jongen. Maar ik kan zijn daad begrijpen.
Het zou mooi zijn als dit drama aanleiding is om eens na te gaan hoe we met elkaar omgaan. Waarom kiezen we er voor om kwetsbare mensen uit te stoten? Om mee te lopen met de groep?
Denk na als mensen geplaagd worden: is het echt grappig? Is het niet steeds dezelfde persoon? Want inmiddels heb ook ik ontdekt dat het zo makkelijk is om mensen te pesten, dat je er oh zo makkelijk in meegaat als anderen beginnen - waarbij vaak niet eens helemaal duidelijk is wie er precies begon - en dat maakt dan weer dat mensen later zeggen: 'Ik een pester? Nee joh, die persoon hoorde er niet zo bij, maar gepest? Welnee'. Het roedel stort zich tegelijkertijd op de prooi. De prooi moet sterker gemaakt worden, het roedel moet stoppen met meelopen.

Gepest worden maakte mij eenzaam, bang, wantrouwig. Dat is allemaal veel minder (of eigenlijk: beter) geworden. Mensen die me nu leren kennen, willen soms niet eens geloven dat ik vroeger gepest werd. Ik heb het overleefd. Littekens op de ziel zie je niet van buiten. Maar ze zijn er wel, en ze gaan, net als littekens op je huid, nooit meer weg.
Mijn leven had ongetwijfeld makkelijker kunnen zijn. Maar misschien had ik dan minder goed beseft wat de waarde is van een kaart, een telefoontje, van iemand die je nauwelijks kent die een grappig cadeautje komt brengen, van mensen die besluiten dat hun baby bij jou veilig is. Daar ben ik dankbaar voor.

Dit kwam op Twitter voorbij: 10 signalen van pesten - erg herkenbaar in het geval van kinderen die gepest worden, en misschien een eye opener voor ouders/leerkrachten.

maandag, oktober 15, 2012

Ik geef toe: ik ben een folderlezer. Van sommige bedrijven dan - want je komt af en toe bijzondere dingen tegen. Niet zozeer om te kopen, maar om over na te denken.
Hier drie voorbeelden uit de meest recente Aldifolder die ik kreeg.

Photobucket
Saté ajam van varkensvlees

Photobucket
Rieten manden van waterhyacint

Photobucket
Noten zonder geur-, kleur- en smaakstoffen.

Sinds wanneer is kip varken?
Als riet waterhyacint is, wat zegt dat dan over hun andere benamingen? Is een appel een ananas?
Noten zonder geur- en smaakstoffen smaken en ruiken naar niets. Dan neem ik wel een kauwgompje, dat smaakt na een tijdje ook naar niets meer. Zouden ze bedoelen dat ze er niets extra's aan toevoegen? Dan wordt het lastig, want dan kan zout niet (niet altijd een probleem), maar óók geen olie (vaak wel belangrijk als je noten brandt).
Of bedoelen ze: 'We voegen er geen kunstmatige smaakstoffen aan toe'? Waarom zetten ze dat dan niet neer?
Vragen, vragen. Voor je het weet ben je vreselijk lang bezig met zo'n folder.
Photobucket
De (ietwat stoffige) lidcactussen barsten alweer van de knoppen. Het zijn kerstcactussen, maar als je ze niet goed verzorgt (in dit geval: een ruimere pot, iets teveel water en te hoge temperaturen), bloeien ze vaker. Dit wordt de derde keer dit jaar, maar ze hebben nu wel veel meer knoppen dan in de eerdere periodes. Dit zijn twee roze Schlumberga's, plus een stek van een van die twee.
Photobucket
Tom houdt me in de gaten

Photobucket
En gaat dan op pad, snuffelen bij de buren, terwijl de houtduif hem in de gaten houdt.

Photobucket
Houtduif kan ook niet weten dat Tom hem veel enger vindt dan hij Tom