dinsdag, november 21, 2006

Libanese minister gedood bij aanslag

BEIROET - De Libanese minister van Industrie Pierre Gemayel is dinsdag om het leven gekomen bij een aanslag. Dat meldden Libanese veiligheidsbronnen en Arabische media. De maronitische christen Gemayel werd neergeschoten toen hij in een auto door de wijk Sin el-Fil van Beiroet reed.
Hij werd met levensbedreigende verwondingen opgenomen in het ziekenhuis, waar hij even later overleed.
De anti-Syrische Pierre Gemayel is de zoon van ex-president Amin Gemayel. Verder is hij een neef van Bashir Gemayel, die in 1982 door een pro-Syrische christen werd vermoord, kort voordat hij tot president zou worden beëdigd.
De aanslag komt op een moment dat Libanon onder een ernstige politieke crisis gebukt gaat. Zes ministers van pro-Syrische partijen stapten onlangs uit de regering van premier Fouad Siniora.
Syrië zou betrokken zijn bij de moord op de Libanese minister. Dat heeft Saad al-Hariri, de leider van de meerderheid in het Libanese parlement dinsdag gezegd tegen CNN. "Wij zien hierin de hand van Syrië", aldus Hariri, wiens vader, de voormalige premier Rafik Al-Hariri, in februari 2005 werd vermoord. Die moord bracht een volksopstand teweeg die tot gevolg had dat de invloed van Syrië in Libanon werd teruggedrongen.
De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, John Bolton, zei dat door de moord meer dan eens duidelijk is geworden dat er een internationaal tribunaal moet komen voor het berechten van de verdachten van de moord op Hariri. Ook de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Nicholas Burns, sprak harde taal. Hij repte van een daad van terrorisme en intimidatie.
De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni reageerde vanuit Londen op de aanslag. Ze is in de Britse hoofdstad voor overleg met haar Britse ambtgenoot Margaret Beckett.
Livni stelde dat het geen geheim is dat Syrië een negatieve rol in Libanon speelt. Livni wees erop dat het regime in Damascus de Libanese politiek nog altijd probeert te beïnvloeden, ook nu de Syrische militairen uit Libanon zijn vertroken. Beckett sprak de vrees uit dat door de moord de spanningen in het Midden-Oosten verder zullen oplopen.
De Franse minister van Buitenlandse Zaken Philippe Douste-Blazy noemde de aanslag een nieuwe poging om Libanon te destabiliseren.
Het pro-Syrische blok wilde in de nieuwe regering voldoende macht hebben om beslissingen te kunnen blokkeren. De anti-Syrische partijen wensten echter niet toe te geven aan de druk. Zij stelden dat de pro-Syrische partijen onder meer wilden verhinderen dat de regering medewerking zou verlenen aan een internationaal tribunaal voor de berechting van de verdachten van de aanslag op de Libanese oud-premier Rafik al-Hariri.
Hariri werd in februari 2005 vermoord. Veel Libanezen denken dat Syrië achter die aanslag zat. Het regime in Damascus ontkent echter dat het betrokken was bij de moord op Hariri. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties concludeerde echter dat hoge Libanese en Syrische functionarissen een rol in de aanslag hebben gespeeld.
Syrië bezette Libanon tot april vorig jaar. Na de moord op Hariri volgden massale protesten die leidden tot de terugtrekking van de Syrische troepen. De Amerikanen en een deel van de politiek in Beiroet beschuldigen Damascus ervan dat het achter de schermen nog steeds invloed probeert uit te oefenen.
Syrië veroordeelt de moord op de Pierre Gemayel. Het Syrische staatspersbureau SANA deelde dit dinsdag mee vlak na de moord.
De vader van de vermoorde Libanese minister Pierre Gemayel, oud-president Amin Gemayel, heeft de bevolking dinsdag opgeroepen de kalmte te bewaren. Voor de camera's van onder meer de Amerikaanse nieuwszender CNN zei Gemayel dat hij hoopt "dat de komende nacht er een van gebed en niet van geweld zal zijn". Hij noemde zijn zoon "een martelaar" , wiens dood niet mag leiden tot wraakacties.
(Bron)

Geen opmerkingen: